Kerkdienst 28 juni Kerkdienst 28 juni
Vorige week hoorden we dat Jona opnieuw de opdracht krijgt van God om naar Nineve te gaan. Dit keer gaat hij wel, al is het met frisse tegenzin. Met minimale inzet verkondigt Jona aan de inwoners van Nineve hun ondergang. Maar wonder boven wonder: deze waardeloze preek van Jona heeft een enorm resultaat. Tegen elke verwachting in is Jona de succesvolste profeet ooit! 

Jona’s woorden gaan namelijk als een lopend vuurtje door de stad, en in een mum van tijd is zijn boodschap overal bekend. De inwoners van Nineve grijpen meteen hun kans en diezelfde dag nog begint de broodnodige omkering van Nineve. En met resultaat! God ziet af van zijn plan. Nineve bekeert zich en wordt gered. Eind goed, al goed, zou je zeggen. Jona is vast een heel tevreden profeet. 

Nou, dat ligt toch een beetje anders... Jona is op zijn zachtst gezegd niet blij met de redding van Nineve. Hij heeft het helemaal gehad met God. Altijd maar weer die genade… God moet eens wat daadkracht laten zien, in plaats van dat softe gedoe! Het is gewoon niet eerlijk – genade is niet eerlijk – God is niet eerlijk! 

Gek eigenlijk: Jona knapt af op genade. Maar genade is toch het mooiste van het christelijk geloof? Ik kan snappen dat mensen afhaken bij een God die boos is en mensen naar de hel stuurt. Maar hoe kun je nou afknappen op genade? Nou, eigenlijk heel simpel: omdat genade oneerlijk is. Dat is niet maar een vreemde gedachtekronkel van Jona: genade ís niet eerlijk, genade ís onrechtvaardig. Jona heeft gelijk en staat in zijn recht!

Stel je eens even voor: jij bent een gewone Israëliet in de tijd van Jona. De Assyriërs zijn jouw grote vijand. En wat is de hoofdstad van Assyrië? Precies: Nineve. Je haat dus niemand zo veel als de inwoners van Nineve. Daar heb je  ook een goede reden voor: de Assyriërs dreigen Israël over te nemen. Als dat gebeurt, dan is het afgelopen met Israël. Bovendien doen Assyriërs niet aan vreedzame innames. Nee: steden worden platgebrand, mannen afgevoerd en vrouwen verkracht.
 
De Israëlieten trekken zich op aan profeten als Nahum. Deze Nahum heeft een klein bijbelboekje op zijn naam staan. Het is één grote aanklacht tegen Nineve, en gaat over Gods belofte dat hij recht zal doen. Dat houdt de Israëlieten op de been. Dat houdt Jona op de been. Eens ontvangen de bewoners van Nineve hun verdiende loon.

Je kunt je voorstellen dat het voor Jona onverteerbaar is dat de bewoners van Nineve nu hun straf ontlopen. Jona hoopt dat God de Ninevieten er eens ongenadig van langs geeft. Maar Jona weet ook: ‘ongenadig’ en ‘God’ – dat zijn twee woorden die niet in 1 zin passen. God ís genadig – dat zit nu eenmaal in zijn wezen. 
 
Dan komt de aap uit de mouw. Jona was hier al bang voor – vanaf het begin. God is genadig: daarom deserteerde Jona. God is genadig: daarom probeerde Jona de boodschap te saboteren. Maar dat alles is zonder resultaat: God blijft genadig… Jona kan het niet langer verdragen, en alles komt eruit. 

Ik wist het wel, God! U, met die genade van u. Altijd weer dat softe gedoe. Daar gaan we weer: genade, liefde, geduld, trouw, vergeving – ik kan dat riedeltje niet meer horen. Ik ben er helemaal klaar mee. Nu bent u echt te ver gegaan. Maak mij maar dood, zo wil ik niet langer leven.’ Wat moet Jona met een God die zijn grootste vijand vergeeft? 

Jona heeft gelijk: genade is verschrikkelijk onrechtvaardig. Genade heeft helemaal niets met rechtvaardigheid te maken. Rechtvaardigheid is dat je krijgt waar je recht op hebt. Genade is dat je krijgt waar je niets voor hebt gedaan. Genade is niet eerlijk. 

Nu gaat Jona natuurlijk wel heel ver. Ik ken niemand die zo brutaal is tegen God als hij. Maar ik snap Jona wel. Jona snakt naar gerechtigheid – en dan komt God weer met zijn genáde aanzetten… Maar God geeft niet toe: hij heeft hart voor mensen. Dat wil God aan Jona laten zien. Dat is ook wel weer mooi: God negeert hoe hondsbrutaal Jona geweest is, en probeert Jona uit te leggen waarom hij Nineve spaart.

God laat zich dus ter verantwoording roepen! Niet dat Jona het weten wil – hij is er helemaal klaar mee. En God weet ook wel dat met Jona niet te praten valt. Daarom verpakt hij zijn uitleg in die wonderboom. Het is een lesje liefde. Eerder, in de vis, leerde Jona een lesje genade. Nu leert Jona een lesje liefde.

Jona zit op een heuvel met uitzicht over Nineve. Tegen beter weten in hoopt hij dat God zich nog bedenkt. Wat zou Jona graag willen zien hoe Nineve afbrandt. Ondertussen is er wel iets anders dat brandt; namelijk de zon op Jona’s hoofd. Als er opeens een boom is die voor schaduw zorgt, is Jona er dan ook erg mee in zijn nopjes. Even is Jona vergeten dat hij boos is. Ook al is de boom maar een dag in Jona’s leven, Jona raakt zeer op de boom gesteld.
 
De volgende dag is de boom weg en Jona opnieuw woest. Nu heeft God Jona waar hij hem hebben wil. Nu kan God eindelijk met Jona praten. ‘Jona, jij bent van die boom gaan houden. Mag ik dan van de mensen in Nineve houden? Die boom is jou maar komen aanwaaien, je hebt er niets voor gedaan. Maar Nineve is mij niet komen aanwaaien. Probeer eens met mijn ogen te kijken, Jona. Ik houd van Ninevieten, want het zijn mensen, door mij gemaakt. Ik ken ze allemaal, 1 voor 1.’

Zo moeten Jona’s vooroordelen aan de kant. Als je rechtlijnig bent, dan kun je hele stoere woorden spreken over hoe het moet. Maar je kunt tegelijk blind zijn voor Gods goedheid en Gods geduld. Blind voor wat er in Gods hart zit! En dan ga je mopperen, in plaats van je verwonderen over wat God allemaal aan verrassingen in petto heeft. 

Jona wil een God die voor hem na te rekenen is. En dat is God niet. Maar dat maakt van God nog niet een onberekenbare God. Want het is volstrekt duidelijk wat er in Gods hart leeft. ‘Hij is een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid!’

Wat is dan de les, uit dit bijbelboekje vol opstandigheid, eigenwijsheid, woede en weerstand om te veranderen? We kunnen niet anders dan beseffen dat de genade uit dit verhaal, de genade is waar we uiteindelijk allemaal op teren. Het láátste woord dat telt is niet wie wij zijn, maar wie God is. En God is genade. Gelukkig heeft niet Jona, maar Hij het laatste woord. 
Amen.
terug