Kerkdienst 17 mei Kerkdienst 17 mei
Of we het nu leuk vinden of niet, overal waar mensen samen leven zijn regels nodig. We worden al van jongs af aan vertrouwd gemaakt met deze regels. Zo zijn er regels binnen het eigen gezin; zoals niet voetballen in de woonkamer. Er zijn regels op school; als je iets wilt zeggen, dan steek je je vinger op. Er zijn verkeersregels, wetten en zelfs ongeschreven regels. Met name over sociale omgang met elkaar. Allemaal regels waar we ons aan dienen te houden. 

In deze tijden van corona zijn er ook een hoop nieuwe regels gemaakt en opgelegd. We moeten anderhalve meter afstand houden. In veel supermarkten geldt er nu éénrichtingsverkeer. We mogen niet op bezoek gaan in verpleegtehuizen. We mogen niet bij elkaar komen met een grote groep mensen. We zijn niet blij met deze nieuwe regels, maar in de praktijk blijkt dat we ons toch best makkelijk aanpassen, als het voor een goed doel is. 

Religie heeft nogal een slecht naam, als het over ‘de regeltjes’ gaat. Wanneer sommige mensen terugdenken aan hun christelijke opvoeding, dan denken ze vooral aan wat er allemaal moest of niet mocht. Je moest 2x per zondag naar de kerk. Je mocht niet fietsen en geen ijsje halen op zondag. Je moest naar catechese en de psalmen of de catechismus uit je hoofd leren. Dit zijn de regels die mensen en kerken veelal zelf hebben opgesteld voor hun gelovig leven. 

Daarnaast staan er in de Bijbel zelf ook al regels, geboden en verboden. Vanmorgen luisterden we samen naar de lezing van de Tien Geboden. Deze religieuze regels zijn al heel oud en ook behoorlijk universeel. Sommige geboden zijn zo eenduidig dat het zelfs wetten zijn. ‘Gij zult niet doodslaan.’ Al wordt het soms toch lastig als je naar de details kijkt. Hoe ver ga je in het naleven van dit gebod? Geldt dit alleen voor mensen, of ook voor dieren? Dit is makkelijk in vredestijd, maar wat als je land in oorlog is? Valt iemand doodzwijgen of verwaarlozen ook onder dit gebod? 

Andere geboden zijn in deze tijd lang niet meer zo vanzelfsprekend. ‘Je mag de naam van God niet gebruiken bij zaken waar Hij niets mee te maken wil hebben.’ Menig cabaretier, voetbalhooligan of thuisklusser die op zijn duim slaat, neemt dit gebod niet zo nauw... ‘Je zult geen andere goden hebben voor mijn aangezicht.’ Laten wij ons niet allemaal wel eens leiden door geld, status, uiterlijk, en vul maar aan...? We kunnen vast allemaal wel iets noemen waarvoor we bereid zijn om veel op te offeren. 

Het is bijzonder dat het volk van Israël deze geboden op schrift nodig had. En niet één keer, maar zelfs twee keer. Deze woorden werden in steen gegrift, zodat ze niet zomaar zouden vergaan. En deze woorden werden meegesleept door de woestijn. Blijkbaar is het moeilijk om je deze regels helemaal eigen te maken en gaat daar tijd overheen. Een mens moet hier steeds weer aan herinnerd worden. Een beetje net als met alle felgekleurde stickers om 1,5 meter afstand te houden. We blijven herhalen.... 

Toch zijn de stenen tafels met de Tien Geboden niet zomaar een wetboek. Het begin is namelijk wezenlijk anders. Er wordt waarschijnlijk wel eens overheen gelezen, maar de Tien Geboden beginnen met woorden van vrijheid: “Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte uit de slavernij heeft bevrijd.” Deze bijbeltekst in Exodus 20 staat niet op zichzelf. De Tien Geboden hebben een plaats in een groter verhaal. En dat verhaal is een bevrijdingsverhaal. 

Wanneer de Israëlieten de Tien Woorden ontvangen, zijn ze inmiddels twee maanden weg uit Egypte. Ze zijn wonderlijk geleid door de Schelfzee. Er is brood uit de hemel gevallen, water uit de rots gesprongen. En nu hebben zij hun kamp opgeslagen bij de Sinaï. Hier wil de Heer met hen een verbond sluiten, waarin wordt vastgelegd wie Hij wil zijn voor hen. En wat dat betekent voor hun levensstijl. De Tien Geboden staan in de context van bevrijding. 

Veel regels zijn er om te waarborgen dat er voor iedereen ruimte is, en vrijheid. Daar is het ook bij de Tien Geboden mee begonnen. “Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte uit de slavernij heeft bevrijd.” 
Dit verbond tussen God en mensen kondigt een nieuwe tijd aan. Weg uit de onderdrukking en de slavernij, naar een vorm van samenleven waarin plaats is voor iedereen. Plaats voor alle mensen én voor God. 

De Tien Geboden worden misschien in deze tijd niet zo breed nageleefd als de nieuwe corona-voorschriften. Dat is jammer, want de Tien Geboden zijn bedoeld als universele regels. En daarvoor geldt: hoe meer mensen de regels volgen, hoe effectiever ze zijn. Maar ook op kleine schaal heeft het naleven van de geboden zin. Voor de mensen om je heen, maar vooral ook voor jezelf. 

De Tien Geboden waarborgen dat we niet klem komen te zitten in jaloezie, in ongezonde werkdruk, in de dienst aan andere ‘goden’. Daarmee zijn ze niet beperkend, maar veel meer bevrijdend. Begin dan wel bij dat belangrijke opschrift, dat geldt als een broodnodige bijlsluiter: “Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte uit de slavernij heeft bevrijd.” Dat geeft de regels het nodige perspectief! 
Amen.
terug