Kerkdienst 14 juni Kerkdienst 14 juni

Vorige week hebben we een begin gemaakt met het lezen van het bijbelboekje Jona. We hoorden in het eerste hoofdstuk dat God Jona naar de grote stad Nineve stuurt, omdat de mensen in deze grote stad van God zijn afgedwaald. Maar Jona heeft helemaal geen zin om naar Nineve te gaan. Hij maakt zich wel gereed, maar scheept in op weg naar Tarsis. Precies de andere kant op. Jona vlucht weg van de Heer. 

Dan komt het schip in een enorme storm terecht, en de zeelieden werden bang, “en ieder riep tot zijn eigen god om hulp.” Alleen Jona bidt niet; hij ligt te slapen. De bemanning van het schip doet alles om het schip en de opvarenden te redden. Als de storm maar blijft woeden, wordt als laatste redmiddel Jona overboord gegooid. Daarna kalmeert de zee meteen weer. 

Dat klinkt als het tragische einde van een opstandige profeet. Jona luistert niet naar God en dus wordt hij gestraft, met de dood als gevolg. Maar dat is niet hoe dit verhaal verloopt! Nee, we lezen dat God vasthoudt en verder gaat. Het hele eerste hoofdstuk van zijn verhaal heeft Jona geprobeerd om God van zich af te schudden. Maar wat blijkt? God laat niet los en blijft hem nabij. 

Als Jona kopje onder gaat, zet God een grote vis in om hem op te slokken. Drie dagen en drie nachten zit Jona in de buik van de vis. Het is weliswaar beter in de buik van de vis dan in het water, maar een fijne verblijfplaats is het niet. Het is daar binnen geen warme en beschermde plaats, zoals je bed dat kan zijn. De sfeer daar binnen heeft meer iets van de kale cel van een monnik. Er is niets dat Jona afleidt van zichzelf. 

En Jona komt in de buik van de vis zichzelf dan ook levensgroot tegen. Vluchten kan niet meer. Jona kan geen kant meer op. Hij kan alleen nog een reis naar binnen maken. Hij kan alleen nog bidden. Bidden – dat is stilstaan en de situatie zoals die is erkennen, terwijl alles open en bloot komt te liggen. 

Nood leert bidden, wordt er vaak gezegd. En dat is ook zo. Zolang alles goed gaat, blijf je rennen van hier naar daar. Pas als er iets gebeurt, met je lijf of met je familie of met je werk, dan wordt je stil gezet en denk je aan bidden. Voor veel mensen is dat ook een bijwerking van deze coronacrisis. Uit een lezersonderzoek van het Nederlands Dagblad blijkt dat veel christenen intensiever zijn gaan bidden. En dat de coronacrisis hen ertoe brengt om zich te bezinnen op hun levensstijl. 

Nood leert bidden. Dat is niets om je voor te schamen. Alsof dat opportunistisch zou zijn. Want zo gemakkelijk is dat helemaal niet. Het is heel goed denkbaar dat er juist vanuit de diepte helemaal niet zo makkelijk woorden te vinden zijn. Dat je sprakeloos bent. Misschien moet je het eigenlijk ook al een beetje geleerd hebben. Moet er een zeker voorwerk zijn gedaan, wil de nood je inderdaad kunnen leren bidden. 

Kijk maar naar Jona. Hij heeft zelf ook geen woorden voor zijn situatie. Er komen woorden van anderen bij hem op. Het gebed dat Jona hier uitspreekt bevat flarden en fragmenten uit een heleboel verschillende psalmen. Hij weeft al die losse stukjes tekst aan elkaar. En zo ontstaat er een nieuwe psalm, een gebed uit de diepte van Jona. Door de omstandigheden van Jona zijn deze psalmteksten nu doorleefd en dus te begrijpen. 

Door corona kwam een deel van ons openbare leven dit voorjaar ineens tot stilstand. De overheid moest pijnlijke besluiten nemen: verzorgingshuizen en scholen gingen dicht, grenzen werden gesloten, samenkomsten verboden en bruiloften uitgesteld. Nog steeds zijn we beperkt en moeten we noodgedwongen anderhalve meter afstand houden van elkaar. 

Gelukkig zijn er te midden van de nood mooie dingen in de maatschappij naar boven gekomen. Veel lieve mensen zijn met hernieuwde bezieling gaan omzien naar kwetsbaren, zieken en eenzamen. Hulpverleners werken met vereende krachten en ontvangen daar ook waardering voor. Corona bracht ons dus in beweging, maar heeft ons vooral ook stilgezet. We zijn geconfronteerd met de kwetsbaarheid van ons bestaan en de grenzen van ons kunnen. 

Deze corona-pauze leent zich goed als tijd van bezinning en gebed. Nu veel van onze patronen zijn doorbroken, ontstaat er ook voor ons ruimte om na te denken of het ook ánders kan. Net als Jona komen wij onszelf tegen. Voorzichtig aan komt het openbare leven op verschillende fronten weer op gang. En de vraag is nu: hoe gaan we verder? Hebben we ook iets geleerd van deze periode? Kunnen we ook op een andere manier omgaan met elkaar, met de schepping, de wereld en met God? 

Hoe gaat Jona nu verder? Na drie dagen wordt Jona uitgespuugd op het strand. Hij is eigenlijk terug bij af. Voor God weggevlucht, maar God laat hem niet los. Dat merkt Jona in de buik van de vis. ‘God woont, waar men hem binnenlaat’, heeft de Joodse filosoof Martin Buber eens gezegd. Als Jona in het donker zijn hart op een kier zet, trekt de Eeuwige weer bij hem in. En zo eindigt zijn gebed met een lofzegging: “Het is de Heer die redt!”

Straks krijgt Jona opnieuw de opdracht “Ga naar Nineve, die grote stad”. Alsof er niets gebeurd is. En je houdt je hart vast of Jona er van geleerd heeft. Maar gebeurd is er natuurlijk wel wat. Jona heeft intussen God leren kennen. God zij dank: op de diepste bodem was ook Hij, en Hij trok Jona op. 
Amen. 

terug