Kerkdienst 10 mei Kerkdienst 10 mei
Vandaag is het moederdag. Een dag om er extra bij stil te staan wat je moeder voor je betekent. Misschien heb je wel een ontbijtje op bed gemaakt vanmorgen, of er juist één gekregen. Misschien heb je wel iets voor je moeder geknutseld of gekocht. Of een kaart of een cadeautje verstuurd, omdat je vandaag niet op bezoek kunt bij je moeder. 

Niet iedereen heeft helaas een goede band met zijn of haar moeder. Er kan ook in die relatie natuurlijk van alles gebeuren en dat geeft verdriet. Maar de meeste mensen denken met liefde aan hun moeder. Zij heeft je het leven geschonken, vaak met pijn en moeite. Zij troost je als je bent gevallen of liefdesverdriet hebt. Zij leert je wat belangrijk is en leeft je dit voor. Als je geluk hebt, dan is je moeder een plek om thuis te komen, een toevlucht. 

Het is pijnlijk dat we dit jaar op moederdag niet zomaar op bezoek kunnen gaan bij onze moeders en oma’s. Vooral niet als zij al op leeftijd zijn en in een verzorgingshuis wonen of in het ziekenhuis liggen. Juist in deze tijd willen we graag terug naar de basis. Want in moeilijke en onzekere tijden is dát wat een mens nodig heeft: een toevlucht. Een veilig huis. Dat is wat we bij onze ouders kunnen vinden, en ook bij God. 

Bij de voorbereiding voor deze online dienst bladerde ik in de(ze) map met preken van mijn moeder Froukje. Zij werkte - voor haar veel te vroege overlijden - als dominee in een ziekenhuis. Veel van haar preken en lezingen zijn geprint en bewaard gebleven. Ik weet eigenlijk niet precies wat ik hoopte te vinden in de map, maar mijn oog bleef ergens midden in de map, midden in een preek hangen bij een mooie omschrijving. 

Mijn moeder beschreef de Hebreeuwse letter ‘Beth’. Dat is de letter waarmee de Hebreeuwse bijbel begint. ‘Beresjiet bara Elohim...’ – ‘In het begin schiep God...’ Met deze letter is gelijk de grondtoon van de bijbel gezet. Als je namelijk goed kijkt naar de vorm van de letter Beth, dan zie je een huisje. 

De letter is aan drie kanten gesloten; aan de bovenkant, aan de onderkant en aan de zijkant. Aan deze letter kun je zien hoe God de mensen in de wereld heeft gezet. In deze wereld vinden mensen een zegenende hand boven hun bestaan, als een dak boven hun hoofd. Ze vinden grond onder de voeten, omdat ze door liefde worden gedragen. En ze worden door Gods beschermende hand gesteund in de rug. Eén kant is open: die kant laat zien hoe mensen geschapen zijn voor de toekomst (Het Hebreeuws lees je van rechts naar links!) , en om elkaar tot zegen te kunnen zijn. 

Dat is de grondtoon van de bijbel. Vanaf het prille begin van deze schepping is God aanwezig als veilig huis, een plek om te schuilen en steeds weer naar terug te keren. Maar we kunnen niet altijd binnen in dat huisje blijven zitten. We zullen ook onze eigen weg moeten zoeken. Deze ‘vlieglessen’ zijn spannend. Al gaande op onze levensweg voelen we ons soms ongezekerd, maar er wordt over (of onder) ons gewaakt. We hoeven het niet allemaal zelf te doen. Integendeel! 

De bijbel gebruikt daar meer dan eens het beeld van een arend voor, zoals in Deuteronomium 32. Een imponerende, grote en sterke vogel. De arend bouwt haar nest hoog op een rots. Daar voedt zij haar jongen tot ze sterk genoeg zijn, en dan komt de tijd dat ze mogen uitvliegen. Dat moet een enorm spannend moment zijn, om zo over de rand van het nest te stappen, of geduwd te worden. Maar de arend spreidt haar vleugels uit en laat haar jongen niet vallen. 

En zo leren de jongen om op eigen kracht te vliegen. De arend heeft een heel bijzondere manier van vliegen. Soms klapwiekt hij met zijn machtige vleugels. Maar dat kan hij niet zo lang volhouden. Daarom maakt de arend gebruik van warme opstijgende luchtstromen: thermiek. Onderzoekers hebben vastgesteld dat van ieder uur dat een arend in de lucht is, hij maar twee minuten echt zelf vliegt en dus wel 58 minuten zweeft op de warme luchtstromen. 

Bijzonder is ook hoe een arend omgaat met een storm, zo las ik. Als het flink gaat stormen, moeten de meeste vogels gaan schuilen. Ze houden het niet vol om in de storm te blijven vliegen. Maar de arend gaat er anders mee om. Als er een storm opsteekt laat hij zich door de aanzwellende wind optillen tot boven de storm. Zo stijgt hij boven de storm uit. 

Prachtige lessen van de arend, die de bijbel bij ons onder de aandacht brengt. Je kunt de sprong wagen, want er wordt over je gewaakt. Weet dat je gedragen bent; je hoeft het niet allemaal alleen te doen. En ook: probeer maar niet om hard tegen je moeilijkheden in te ploeteren, want dat kost vooral heel veel energie. Laat je boven de storm uittillen, dan krijg je een beter beeld van je situatie.

Dat we ons daar maar in mogen oefenen: zweven op de wind, gedragen door de Geest en de kracht van Gods liefde.
Amen. 
terug